Ga naar hoofdinhoud

Fotografie

De melkweg boven de Ooijpolder

·3 min lezen

De Ooijpolder is een van de weinige plekken vlak bij Nijmegen waar je naar het zuiden kijkt zonder een stad in beeld.

Dat maakt hem geschikt voor de melkweg. Niet makkelijk, wel geschikt, en het verschil zit in drie dingen die je vooraf kunt uitzoeken.

Hoe lang je sluitertijd echt mag zijn

De bekende vuistregel is de 500-regel: deel 500 door je brandpunt. Op een 24mm mag je dan ruim twintig seconden.

Reken het na op de rekenhulp voor de sluitertijd bij sterren en je ziet het probleem. Voor een 24mm f/2.8 op een fullframe camera van 45 megapixel geeft de 500-regel 20,8 seconden, en de nauwkeurigere NPF-regel 9,6 seconden.

Dat is meer dan een factor twee. De 500-regel komt uit het tijdperk van kleinbeeldfilm en houdt geen rekening met hoe klein je pixels zijn. Op een moderne sensor zie je bij twintig seconden gewoon streepjes zodra je inzoomt.

Kies de NPF-tijd als je de sterren scherp wilt, en de 500-regel als je toch niet groot afdrukt.

Wanneer de kern er staat

Het heldere deel van de melkweg, het galactisch centrum, staat hier laag. Op de breedte van de Ooijpolder komt het niet veel hoger dan een graad of negen boven de zuidelijke horizon.

Dat betekent twee dingen. Je hebt een vrije zuidhorizon nodig, want negen graden is zo weggenomen door een dijk of een rij bomen. En de dunne laag lucht waar je doorheen kijkt is precies de laag waar de lichtvervuiling van Nijmegen in hangt.

Er is ook een periode waarin het simpelweg niet gaat. Van 21 mei tot 22 juli wordt het hier 's nachts niet astronomisch donker; de zon komt niet ver genoeg onder de horizon. Die twee data schuiven per jaar hooguit een dag. Het is uitgerekend de tijd van het jaar dat de kern het gunstigst staat.

De melkweg-planner rekent dat samen uit: wanneer de kern deze nacht het hoogst staat, en of dat moment binnen het echte donker valt.

Wat de maan doet

Onderschat dit niet. Een maan van halverwege maakt de hemel zo licht dat de kern verdwijnt, ook op een verder donkere plek.

Je wilt de dagen rond nieuwe maan, of een nacht waarin de maan al onder is voordat de kern goed staat. Dat laatste komt vaker voor dan mensen denken en levert soms een beter venster op dan wachten op de nieuwe maan zelf.

Wat ik meeneem en waarom weinig

Een statief, een lens die ver open kan, en een zaklamp met rood licht. Meer niet.

Dat sluit aan bij wat ik eerder schreef over waarom de camera minder uitmaakt dan je denkt. Voor astro helpt een grotere sensor wel echt, maar de plek en de maanstand bepalen meer dan je lens. Een 24mm f/2.8 onder een donkere hemel op een maanloze nacht wint het van een f/1.4 in volle maan zonder enige moeite.

Scherpstellen doe ik met liveview op de helderste ster die ik vind, ingezoomd, met de hand. Autofocus vindt daar niets, en een lens die op oneindig staat is bijna nooit echt op oneindig.


Zie ook: Leer eerst kijken, de camera haalt je in en Waarom ik liever bij bewolking shoot dan in de volle zon. Meer plekken in de buurt? Bekijk de fotolocaties.

Meer over Fotografie

Alles →